Gemeenten, bedrijven en particulieren

Milieumeetlat voor het bestrijdingsmiddelengebruik op verharde en onverharde terreinen

Raadpleeg de meetlat voor gemeenten, bedrijven en particulieren: KLIK HIER

Duurzaam tuinieren of terreinen beheren.

Wilt u weten hoe duurzaam u tuiniert? Of hoe duurzaam u als gemeente of bedrijf de terreinen beheert? Door in te vullen welke middelen u gebruikt, kunt u zien hoe schadelijk deze zijn voor het bodem en waterleven.

Particulieren
Het is belangrijk om eerst te kijken of gebruik van chemische middelen echt noodzakelijk is. Middelen zijn milieubelastend, ook al zitten ze in groene verpakking en zijn ze te koop bij tuincentra. Kijk eerst naar alternatieve methoden voor de bestrijding van ziekten, plagen en onkruiden in uw tuin en op uw erf.

Zit u in een grondwaterbeschermingsgebied, dan kan het zijn dat u bepaalde middelen niet mag gebruiken. Op de website www.duurzameheuvelrug.nl is een lijst opgenomen met middelen die niet in een dergelijk gebied gebruikt mogen worden. Dit wordt ook vermeld op de verpakking. Op deze website is ook informatie te vinden over duurzaam tuinieren.

Gemeenten en bedrijven
Ten aanzien van het gebruik van herbiciden op verhardingen zijn er ook alternatieven voor het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Alternatieve technieken zijn bijvoorbeeld de wave (heet water), hete lucht en branden/borstelen. Voor inspiratie en technieken wordt verwezen naar ondermeer de barometer duurzaam terreinbeheer en de criteria van duurzaam onkruidbeheer op verhardingen (DOB).

Mocht u desondanks toch besluiten om chemische middelen te gebruiken, kies dan bijvoorkeur middelen met de laagste milieubelasting. Denk bij toepassing goed om de juiste dosering, toedieningstechnieken en toedieningsomstandigheden (wind, zon, neerslag).

Toelichting
  1. Wat kunt u met de Milieumeetlat voor gemeenten, bedrijven en particulieren?
  2. Hoeveel milieubelastingspunten zijn aanvaardbaar?
  3. Hoe worden de punten voor grondwater berekend?
  4. Hoe worden de punten voor waterleven berekend?
  5. Hoe worden de punten voor bodemleven berekend?
  6. Hoe is het risico voor de toepasser weergegeven?
  7. Welke milieu-effecten zijn het belangrijkst?
  8. Waar zijn de gegevens in de milieumeetlat op gebaseerd?

1. Wat kunt u met de Milieumeetlat voor gemeenten, bedrijven en particulieren?

De Milieumeetlat is een puntensysteem dat de schadelijkheid van een bestrijdingsmiddel voor het milieu inzichtelijk maakt. Dit geldt zowel voor bestrijdingsmiddelen op verharde als onverharde terreinen.

Voor verharde terreinen berekent en vergelijkt de Milieumeetlat de effecten van bestrijdingsmiddelen, in dit geval herbiciden, op drie criteria:

Voor onverharde terreinen berekent en vergelijkt de Milieumeetlat de effecten van bestrijdingsmiddelen op vijf criteria:

2. Hoeveel milieubelastingspunten zijn aanvaardbaar?

De milieu-effecten van bestrijdingsmiddelen op waterleven, bodemleven en grondwater zijn weergegeven in Milieubelastingspunten (MBP). Hoe meer milieubelastingspunten een middel krijgt, des te hoger is het risico voor het milieu. De milieubelastingspunten worden in eerste instantie weergegeven voor een dosering van 1 kg/ha of 1 l/ha en moeten daarom worden vermenigvuldigd met de gebruikte hoeveelheid per hectare. Voor grondwater komt een score van 100 milieubelastingspunten per toepassing overeen met de toelatingsnorm van het College voor Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTgB). Voor waterleven ligt de toelatingsnorm (sinds een aanscherping in 1995) op 10 milieubelastingspunten per toepassing. De toelatingsnorm is een concentratie waaronder er geen onaanvaardbaar risico optreedt voor het milieu.

3. Hoe worden de punten voor grondwater berekend?

Voor verharde terreinen wordt de milieubelasting van het grondwater veroorzaakt door het deel van het middel dat uiteindelijk door uitspoeling in het grondwater terecht komt en is afhankelijk van de middeleigenschappen (reactie met bodemdeeltjes), de dosering en het type verharding.

Het organische stofpercentage blijkt in veel gevallen ook bepalend te zijn voor het risico van uitspoeling van middelen naar het grondwater. Organische stof kan het bestrijdingsmiddel namelijk vastleggen. Vanwege de zanderige ondergrond van verhardingen gaat de milieumeetlat uit van een organische stof percentage < 1.5%.

Voor onverharde terreinen blijkt het organische stofpercentage in veel gevallen ook bepalend te zijn voor het risico van uitspoeling van middelen naar het grondwater. Daarnaast bepalen uiteraard de middeleigenschappen de mate waarin een middel uitspoelt.

Het aantal milieubelastingspunten voor grondwater is tenslotte afhankelijk van het tijdstip van toepassing. Bij toepassing in de periode september t/m februari is het risico van uitspoeling namelijk groter dan bij toepassing in de periode maart t/m augustus. Dit komt, omdat in de eerste periode het middel langzamer wordt afgebroken in verband met de lagere temperatuur en omdat in deze periode vaak een neerslagoverschot optreedt. Bij de toekenning van milieubelastingspunten voor grondwater is daarom onderscheid gemaakt in toepassingstijdstip. De grenzen tussen deze periodes zijn als volgt:

Natuurlijk zijn deze grenzen niet zo scherp en het is uiteraard niet zo dat een toepassing op 31 augustus veel minder uitspoeling teweeg brengt dan een toepassing op 1 september. Doel van het onderscheid tussen de periodes is dat inzichtelijk wordt dat de belasting van het grondwater gedurende het jaar verschillend is. Als er een datum op het etiket staat, is dit echter een scherpe grens.

4. Hoe worden de punten voor waterleven berekend?

Voor verharde terreinen wordt de milieubelasting voor het waterleven veroorzaakt door het deel van het middel dat afspoelt. De milieubelasting is afhankelijk van de hoeveelheid gebruikt middel, het bespoten oppervlak, de middeleigenschappen (giftigheid voor waterorganismen), het type verharding en de aanwezigheid van riool en/of oppervlaktewater.

Voor onverharde terreinen is de milieubelasting voor waterleven afhankelijk van de giftigheid van een middel voor waterorganismen. Daarnaast hangt de milieubelasting samen met de aan- of afwezigheid van oppervlaktewater.

5. Hoe worden de punten voor bodemleven berekend?

De Milieumeetlat houdt rekening met het organische stofpercentage in de bodem. Het gehalte organische stof is namelijk net als de middeleigenschappen (zoals afbraaksnelheid en binding aan bodemdeeltjes) bepalend voor de hoeveelheid bestrijdingsmiddel dat na verloop van tijd in de bodem achterblijft. Deze concentratie in de bodem bepaalt samen met de giftigheid het risico dat het middel voor het bodemleven vormt.

De meetlat maakt onderscheid in vijf klassen van organische stof:

Voor iedere klasse worden milieubelastingspunten voor bodemleven gegeven. In tuinen en openbaar groen zal het gehalte organische stof in de meeste gevallen in de klasse 3 – 6% liggen.

6. Hoe is het risico voor de toepasser weergegeven?

Ook het risico voor de toepasser van de middelen is weergegeven met een symbool. Dit symbool is afgeleid van de symbolen (andreaskruis, doodskop) die u ook op het etiket van het middel kunt vinden.

7. Welke milieu-effecten zijn het belangrijkst?

Bestrijdingsmiddelen krijgen in de Milieumeetlat een score op afzonderlijke criteria. Een gebruiker (teler, hovenier, gemeente, burger) kan zelf bepalen welk milieu-effect het zwaarst moet wegen. Als er veel sloten voorkomen in de omgeving is het bijvoorbeeld verstandiger om meer rekening te houden met het risico voor waterleven dan in een omgeving waar nauwelijks sloten voorkomen. Voor een gebruiker in een grondwaterbeschermingsgebied (bijv de Utrechtse Heuvelrug) zullen de milieubelastingspunten voor grondwater zwaarder wegen.

8. Waar zijn de gegevens in de milieumeetlat op gebaseerd?

De gegevens in de Milieumeetlat zijn afkomstig van de volgende bronnen: